HRM voorop bij organisatieontwikkeling?

Geplaatst op
Het is de tijd van bezuinigingen. HRM moet zich staande zien te houden in tijden van kaasschaven, kerntakendiscussies en samenwerkingsvormen. Er moet meer gedaan worden met minder mensen en middelen. Dus we verwachten steeds meer van onze medewerkers en een goed HRM-beleid is een van de sleutels tot succes. Maar waar staat de gemeente nu met haar HRM-beleid? Hoe ontwikkelt dit zich ten opzichte van de andere beleidsterreinen in de gemeente?

De Bestuursacademie Nederland onderzoekt al meer dan 10 jaar waar gemeenten en haar organisatieonderdelen staan in hun ontwikkeling. Tijd nu om, in al het bezuinigings- en samenwerkinggeweld, te kijken welke positie HRM heeft ten opzichte van de overige primaire en secundaire processen. En  te kijken op welke manier er aandacht is voor medewerkers: Worden medewerkers meegenomen in ideeënvorming of pas bij besluitvorming? Gebeurt dit ad-hoc of structureel? Op losse onderdelen of integraal?

 

Steeds meer gemeenten zien in dat het op een structurele manier werken aan organisatieontwikkeling de beste resultaten oplevert. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van  hulpmiddelen, zoals kwaliteits- of organisatieontwikkelmodellen. Vanaf 1999 begeleidt de Bestuursacademie Nederland gemeenten in hun  organisatieontwikkeling. Hiervoor worden o.a. positiebepalingen en audits bij gemeenten uitgevoerd. Dit gebeurt met behulp van het INK-managementmodel of met het, speciaal voor lagere overheden doorontwikkelde, Overheidsontwikkelmodel (OO-model), voorheen: Kwaliteitsmodel voor Overheidsorganisaties.

 

Het Overheidsontwikkelmodel:
Om goed inzicht te krijgen in de ontwikkelingsfases van gemeenten wordt in het Overheidsontwikkelmodel de bedrijfsvoering aan de hand van 11 aandachtsgebieden onderzocht.

Het bepalen van de fase van ontwikkeling gebeurt tijdens positiebepalingen en audits. Tijdens  een positiebepaling wordt door een select gezelschap van een organisatieonderdeel bepaald welke scores de organisatie in hun beleving behaalt. In de erop volgende audit worden deze belevingen in een breder verband getoetst door onafhankelijke auditoren.

 

Bron: Binnenlands Bestuur

Foutmelding